Buurtbus Beemster



Uitje met de bus op zondag 2 oktober 2016
  Vanaf de Golfclub Beemster aan de Volgerweg in Middenbeemster vertrokken we om kwart voor negen met twee bussen.
Zoals gewoonlijk met onze vaste chauffeurs Rinus van den Bosch in de eerste en Joop Verdam in de tweede bus. De voor ons bestemde bussen waren aan de voorzijde in het bestem-mingsvenster eenvoudig te herkennen.
Via de Zeeburgertunnel en over de nieuwe A1 tussen Diemen en de afslag naar Almere reden we steeds verder naar het oosten. In de bus begon even voorbij Amersfoort het raden waar we dit jaar naartoe zouden gaan.
Deventer
Uiteindelijk na ongeveer één uur en drie kwartier rijden werd het duidelijk. We stapten uit aan de oever van de IJssel waar we aan de andere zijde van de rivier Deventer zagen liggen. Met een pontje de rivier overgestoken.In de stad na een kleine tien minuten lopen eerst maar koffie drinken bij ‘Hans en Grietje’.
Op het huidige grondgebied van de gemeente De-venter zijn restanten gevonden uit de Romeinse tijd. In het stadsdeel Colmschate lag in de Ro-meinse tijd een Germaanse nederzetting. Tijdens opgravingen zijn Romeinse munten uit de derde en vierde eeuw gevonden, evenals een beeldje van de Romeinse godin Victoria. De Proosdij uit 1130 is het oudste stenen woonhuis van Nederland.
Vanaf de 8e eeuw is de plek waar Deventer nu ligt vrijwel continu be-woond. De IJssel speelde een belangrijke rol voor jagers, vissers, boeren en veehouders, die zich vestigden op de oever.
 
  Waarschijnlijk is de stad gesticht door de later heilig verklaarde Angelsaksische missionaris Lebuïnus (Liafwin), die in 768 de IJssel overstak, en een houten kerkje stichtte op de plek waar nu de naar hem genoemde Grote of Lebuïnuskerk staat (foto rechts) --.
Deventer bleef een religieus centrum binnen het bisdom Utrecht en ontwikkelde zich tot de hoofdplaats van het Oversticht.Tussen 1000 en 1500 werd Deventer een bloeiende handelsplaats die deel uitmaakte van het Hanze-verbond. Met name in de 11e en 12e eeuw vormde het samen met Tiel een zeer belangrijke handelsplaats. Deventer was ook een havenstad. Grote schepen konden aan de kade aanleggen. De Schipbeek mondde vroeger uit aan de zuidkant van het centrum en vormde een natuurlijke haven.
In deze periode werd de verdedigingswal tegen Viking-aanvallen, waar de stad al in 882 mee begonnen was, van uitgebreide vestingwerken voorzien om de stad nog beter te kunnen verdedigen. Het stratenpatroon van Deventer -- op deze kaart uit 1652 is vandaag de dag nog ongewijzigd.
In de Franse tijd, op 4 mei 1809, bracht koning Lodewijk Napoleon een bezoek aan Deventer. Deventer werd in 1851 een gemeente in de zin van de gemeentewet uit 1848. Na de invoering van de vestingwet (1874) werden de Nederlandse steden ontheven van de plicht om hun vestingwerken te onderhouden. Ook mocht het tot die tijd direct buiten de oude vesting vrij te houden schootsveld bebouwd worden.
 
  Eind jaren vijftig van de vorige eeuw had de bebouwing de grenzen van de gemeente bereikt. In 1960 werd voor verdere uitbreiding daarvan het deel van de gemeente Diepenveen geannexeerd dat nu de wijken Keizerslanden, Borgele en de Platvoet, alle drie gerealiseerd in de jaren zestig, beslaat.Na de koffie werden we opgedeeld in vier groepen van ongeveer vijftien personen. We gingen met stadsgidsen Deven-ter verkennen. Wij hebben onze rondleiding in het Bergkwartier.
Een buurt in het centrum van Deventer. Het ligt op een oud rivierduin bij de voormalige monding van de Schipbeek in de IJssel.
Na de rondleiding van ongeveer een uur was het tijd voor de lunch.
De lunch is bij De Fermerie aan het Muggeplein. Na de lunch steken we de IJssel weer over en gaan dan richting Baarn waar paleis Soestdijk staat.
Paleis Soestdijk
Bij het paleis worden we weer in vier groepen verdeeld en gaan met gidsen het paleis rond.
Rond 1650 liet Cornelis de Graeff, de toenmalige burgemeester van Amsterdam aan de weg tussen Baarn en Soest (de Zoesdijc) een buitenverblijf bouwen: de Hofstede aen Zoestdijck. De Graeff was in die jaren 1655-1660 druk bezig met de opvoeding van Willem III van Oranje, zo blijkt uit zijn te Soestdijk geschreven brieven aan de Staten-Generaal en Johan de Witt.
 
  In 1674 verkocht zijn zoon Jacob de hofstede Soestdijk met de omringende landerijen aan Willem III van Oranje, toen inmiddels stadhouder Willem III. De hofstede werd vermoedelijk tussen 1674 en 1678 in opdracht van Willem III uitgebouwd tot een jachtslot naar ontwerpen van Maurits Post, zoon van Pieter Post.Koning Lodewijk Napoleon, de broer van de Franse keizer Napoleon Bonaparte, nam het in 1806 in gebruik en liet een kleine nieuwe uitbreiding aan het paleis bouwen. In diezelfde tijd liet hij ook het omringende park herinrichten.Koningin-moeder Emma gebruikte Paleis Soestdijk als zomerverblijf tot haar dood in 1934. Er werden enkele kleine vernieuwingen aangebracht, zoals de aanleg van elektrische bedrading.
Na de dood van Emma werd het paleis verbouwd om -zo bleek- als permanente woning te dienen voor prinses Juliana en prins Bernhard. In 1937 betrokken Juliana en Bernhard het paleis. Voor het eerst in zijn geschiedenis werd het de permanente woning van een gezin. Al hun kinderen, met uitzondering van prinses Margriet, werden op Soestdijk geboren.
Tijdens de regeerperiode van Juliana maakte de koninklijke familie voornamelijk gebruik van Soestdijk en Paleis Het Loo. Paleis Soestdijk werd in 1948 officieel de hoofdresidentie van het staatshoofd. Jaarlijks werd op 30 april door vele vertegenwoordigers van de samenleving een bloemenhulde gebracht aan de jarige vorstin.
 
 

Na het bezoek gaan we naar het een stukje verderop gelegen Grand café Soestdijk om een uurtje te borrelen.

Dan rijden we terug naar Middenbeemster, naar restaurant Paviljoen de Jonckheeren. Vorig jaar kregen we van onze chauffeurs een eendje cadeau. Velen hadden de inmiddels groot geworden beestjes meegenomen. Onze genodigden dit jaar kwamen allebei van EBS. Te weten Elly Oosterhof-van Trappen met partner en Harry Veenstra met partner.

De foto’s zijn van onze vaste foto-graaf en buurtbus-chauffeur
Charles de Groot.